My First Workshop

Ongeveer 12 jaar geleden was ik op het Jaarcongres van het INK, destijds nog in Den Haag. Bij de stand van Twijstra en Gudde was het mogelijk om een test te doen. Het was de kleurentest van Leon de Caluwé (en Hans Vermaak, denk ik). Dan kon ik erachter komen welke kleur ik ‘was’ of ‘had en dat was ‘handig om te weten’. Ik heb de test gedaan en het antwoord was: Knalblauw. Uiteraard, typisch een ingenieur.

Het grappige is dat ik er toen niet onverdeeld happy mee was, hoewel het kennelijk wel mijn overtuigingen weergaf. Ik was duidelijk blauw maar vond groen eigenlijk mooier. Nu, zoveel jaren later ben ik van kwali_neut, via kwali_soof tot kwali_nar geworden. Althans, dat hoop en bedoel ik. Ik moet eraan terugdenken omdat ik nu bezig ben met de ontwikkeling van mijn eerste ‘workshop’. De aanleiding hiervoor ligt een eerdere workshop die bij de KKNF is georganiseerd, over de “Toekomst van de kwaliteitsmanager”. Deze werd gegeven door Olaf van der Berg (Q-consult). Ook daar kwamen de kleuren (kort) aan de orde en ontstond een leuk gesprek, dat vanwege de tijd helaas niet kon worden afgerond. De suggestie werd toen gedaan om een workshop hierover te geven.

En die uitdaging heb ik nu aangenomen. De aanleiding is alweer bijna een jaar oud, maar nu ziet het ernaar uit dat het ervan gaat komen. Ik hoop vooral dat we op een luchtig manier kunnen praten over het structureren van gedachten over situaties en veranderingen daarin. Dat we met elkaar er ook lol over beleven. Het is voor iedereen herkenbaar. Mij zelf fascineert het feit dat je kunt kiezen hoe je kijkt. En dan je dan andere betekenissen onderkent. En je kunt niet (of met veel moeite) meer kleuren tegelijk bekijken. Door te filteren, minder te zien dan er is, kun je wat met de situatie. Ik hoop die fascinatie te kunnen overbrengen. Ik heb de workshop “Anders kijken” genoemd omdat de kracht voor mij vooral is gelegen in het feit dat je anders kijkt (dan je gewend bent) en daar meer van leert.

Aad

Advertenties

Passie

Ik mag betrokken zijn bij de organisatie van het komende NNK Wintercamp. Het concept thema is passie. Een onderwerp dat op het eerste gezicht niet zo makkelijk lijkt, maar als je erbij stil staat veel betekenis krijgt. In een bijdrage heb ik dat ongeveer als volgt verwoord, gerelateerd aan kwaliteit:

Passie betekent voor mij: voor een hoger doel dan alleen je eigen behoeften. Iets waarin ‘ik’ geloof, en dat ‘mijn eigen’ wereldje ontstijgt. Het van harte betrokken zijn bij ontwikkelingen ten gunste van de samenleving als geheel. De wereld een stukje beter maken. Of een organisatie. Dat soort dingen. Gepassioneerd betekent ook een beetje ‘verliefd’ zijn op een onderwerp, iets waarvoor je meer doet dan algemeen redelijk/normaal wordt gevonden. Het heeft met excellence te maken van je intenties. Maar het betekent ook ‘lijden’, jezelf ondergeschikt maken aan dat hogere doel, ondersteunend zijn. En het maakt ook dat teleurstellingen nog veel harder binnenkomen, je wordt er dus ook kwetsbaar van.

Passie gaat over de manier waarop iemand (een persoon, mens) erin staat. Passie is dus niet resultaatgericht (dingen), meer inspanningsgericht (mensen). Je kunt heel gepassioneerd met iets bezig zijn dat mislukt. Doet dan ook wel meer pijn, dan als dat je het zonder passie doet.

Overigens, robots zijn nooit gepassioneerd, maar wel resultaatgericht. Passie is geen garantie voor succes.

Passie zou dus iets te maken moeten hebben met hoe we onze menselijk eigenschappen inzetten voor onze eigen activiteiten. Wat maakt dat er passie ontstaat? Kun je passie ‘opbrengen’, of komt het vanzelf, c.q. wordt het je geschonken?

Een aparte insteek is hoe passie zich verhoudt tot een controlerende rol, als bewaker van een kwaliteitssysteem.

Is natuurlijk allemaal heel subjectief. De gedachte die dan bij mij opkomt is hoeveel ideeën er wel niet mogelijk zijn over passie?

Reacties zijn welkom, die kunnen ons ook verder helpen in het ontwikkelen van het thema.

Weak ties: een innovatieparadox

In het boek Easycratie van Martijn Aslander werd aan een boek gerefereerd dat een intrigerend thema heeft: het essentiële belang van ‘weak ties’ (zwakke koppelingen). Zie het boek: The Strength of Weak Ties, Mark Granovetter (1973!). Heel kort uitgelegd naar het onderwerp kennisoverdracht: weak ties zijn van essentieel belang voor het totstand komen van nieuwe ontwikkelingen. Mensen die je goed kent (‘strong ties’) hebben grotendeels dezelfde ideeën als jijzelf, van mensen die je helemaal niet kent kun je niets leren omdat je er niet mee communiceert. Maar mensen die je een beetje kent hebben vaak totaal andere ideeën dan jijzelf, en daar kun je pas echt van leren.

Met de komst van sociale media is het aantal hanteerbare weak ties gigantisch gegroeid. Dat betekent (in de termen van Thijs Homan, Organisatiedynamica) heel veel kansen op ideeënseks. In Darwin’s evolutietheorie zijn de basisprincipes: variatie, selectie en erfelijkheid. Zo is het eigenlijk ook hiermee: variatie is de enorme verscheidenheid aan ideeën die worden gegenereerd. Selectie is het proces van experimenteren: wat werkt, blijft bestaan, wat niet werkt verwdwijnt. En de erfelijkheid: wat werkt krijgt navolging. En wordt weer verbeterd. ‘Weak ties’ zijn dus eigenlijk de motor van innovatie. Hieronder nog een mooit overzicht gemaakt door Joshua Porter.