Kwetsbaarheid als Kracht

Ik ben gek op paradoxen. En ik wilde  wel dat ik helemaal snapte waarom. Paradoxen zijn namelijk per definitie niet logisch. En wat moet een rationeel mens dan met een paradox? Het lijkt wel of er een betekenis achter schuilgaat die zich niet wil laten verwoorden.

“Kwetsbaarheid als Kracht”, is de titel op de voorpagina van het tijdschrift Management Team van juni 2013. Het gaat over de kwetsbaarheid van Nederland voor water en dat die kwetsbaarheid (of eigenlijk: onze reactie daarop) leidt tot een unieke hoeveelheid kennis en ervaring. Daaruit volgt weer een grote concurrentiekracht op het gebied van water(beheersing). Dus onze  kwetsbaarheid, de mogelijkheid dat er grote verliezen in eigendommen en menselijke levens worden geleden, is een directe oorzaak dat Nederland er op dit gebied in de wereld goed voorstaat met gerenommeerde instituten (zoals Deltares) en een groot aantal ingenieursbureau’s die grote projecten  in het buitenland hebben. Als in New Orleans de nood aan de man komt, komt ons kleine landje de wereldmacht ter hulp.

De interessante vraag is natuurlijk: Is dit te generaliseren? Kun je focusseren op waar je bedreigingen liggen en daar kansen uit destilleren? Ik denk het wel, maar er zit een essentiële stap tussen, namelijk die van nood. Als de slogan, “maak van onze bedreigingen kansen” alleen geroepen wordt tijdens een strategiesessie op de hei, dan is dat niet genoeg. De bedreiging moet wezenlijk gevoeld zijn, en er moet ook ‘pijn geleden’ zijn die geresulteerd heeft in voldoende doorleefde urgentie en actie. Dat lijken belangrijke voorwaarden voor creativiteit. Zoals het Deltaplan pas mogelijk werd nadat de Watersnoodramp in 1953 maar liefst 1836 levens had geëist en veel schade had veroorzaakt. Ook vóór 1953 was de bedreiging reëel en bekend, maar er komt een moment: “dat nooit weer” als gevolg van het leed.  En dan kan er heel veel. Het spreekwoord “als het kalf verdronken is, dempt men de put” heeft in deze context een relevante, maar ook een schrille betekenis. Over dat spreekwoord valt nog veel meer te zeggen, maar dat doe ik een andere keer.

In het huidige bedrijfsleven geldt: “survival of the fittest” (een term die het eerst werd gebruikt door een lezer van het beroemde boek van Darwin). Een fundamenteel evolutionair principe, dat verder gaat dan biologie. Wie zich het best aanpast aan de situatie blijft bestaan, of dat nu de meteorietinslag van 65 miljoen jaar geleden is (waardoor Dinosauriërs uitstierven, maar waardoor de zoogdieren zich juist hebben ontwikkeld) of de huidige economische crisis. Zou het dan ook zo zijn dat een diepere crisis (uiteindelijk) sterkere bedrijven voortbrengt? Of omgekeerd geredeneerd: dat bedrijven, organisaties (en individuen?) crises nodig hebben om sterk te worden of te blijven? Dat zou een oproep zijn om juist de moeilijke aspecten, met veel energie te lijf te gaan, en de situatie niet te ontkennen of verbergen. En vaak proberen we toch nog zaken te ‘verzachten’ en een ander oud spreekwoord benoemt dat helder: “Zachte heelmeesters maken stinkende wonden“. En dat is dus uit een tijd zonder pijnstillers!

Er zijn eigenlijk wel veel spreekwoorden van toepassing, realiseer ik me. Een modernere  uitspraak (hoewel, van Nietzsche) die hier wel heel goed op van toepassing is: “What doesn’t kill you, makes you stronger“. Ook hier weer de paradox, want overleven is geen vanzelfsprekendheid. Sterker nog, er zijn er altijd die het niet overleven (in welke zwakke of sterke betekenis dan ook).  Je kiest niet zelf voor een crisis. Maar àls die ons overkomt, kàn het een kans zijn om er wezenlijk sterker uit te komen.

Advertenties

Wintercamp NNK 2012 – zaterdag

<< vervolg van gisteren >>

Vandaag alweer de afronding van het Wintercamp NNK 2012 “risico’s nemen of mijden”. Als ik voor mezelf de balans opmaak heb ik er veel aan gehad en zet het dingen in beweging.. Om er voor een tweede keer bij te zijn geeft bijna een thuisgevoel en het drie dagen intensief van gedachten wisselen van thema’s rondom kwaliteitsmanagement is zeer verrijkend.

Zodanig verrijkend, dat we nu nog meer verder kijken dan alleen kwaliteit als vakgebied. Er is energie onstaan om met de kennis en ervaring ondersteuning te geven aan veranderingen in de maatschappij. Eigenlijk ook een logische ontwikkeling: van kwalitatief goede producten en via kwalitatief goede organisaties naar een kwalitatief goede maatschappij. Daar zijn andere bekwaamheden voor nodig dan alleen beheersing van processen en producten. Het betekent een begrip voor de noden en behoeften van de veranderende maatschappij en daar een adequate bijdrage aan leveren. Daar hebben Six Sigma en ISO 9001 misschien niet een directe rol in, maar met alle ervaring van wat goed en fout is gegaan is er een schat aan nuttige informatie. Dus alle reden om die op een klantgerichte manier te gaan delen. Wij zijn misschien niet het beste ingevoerd in de veelheid aan maatschappelijke problemen. Wat we wel kunnen is om anderen ondersteunen die dat wel zijn.

Het is in die zin ook een Wintercamp met gevolgen. Er gaan dingen gebeuren tussen nu en het volgende Wintercamp. Kunnen we een bijdragen leveren aan ideeën zoals voorkomen in Society 3.0? Wat past daarbij? Hoe betrekken we anderen daarbij? Of hoe laten we ons bij anderen betrekken? Er zijn best veel ideeën genoemd. Ik ben benieuwd hoe deze zullen uitwerken. In ieder geval wil ik me daar zelf bij laten betrekken.

Als bonus een panoramafoto van de Loonse en Drunense duinen, in de nabijheid waarvan we hebben vertoefd (klik voor groot).

Het volgende Wintercamp is van 23 t/m 26 januari 2013. Ik nodig alle geïnteresseerden om na te denken of je een keer bij die happening wil zijn.  Zo ja, dan horen de DAQ dat graag. Plaats een reactie of DM via Twitter:

<< misschien volgt er nog een epiloog …. >>

Wintercamp NNK 2012 – vrijdag

<< vervolg van gisteren>>

Aan het begin van de ochtend schuift Lotte Paans bij ons aan, om ons iets mee te laten maken op het gebied van groepsprocessen, aan de hand van SCT: System Centered Theory/Therapy/Training. Uitgangspunt hiervan is om verschillen te onderscheiden en te benutten. De oefening omvat het bespreken van een onderwerp, waarbij gericht wordt getracht om aan te sluiten bij een vorig spreker en aan te vullen en verschillen apart te benoemen. Dat was geen vanzelfsprekende oefening. Het Wintercamp is een Open Space bijeenkomst en bij deze oefening mochten we even niet zelf kiezen hoe we gingen zitten en hoe we het gesprek voeren, maar was er een externe norm. Valt niet mee. Vooral ook in de nabetrachting vallen de stukjes op hun plaats en voor mij rest o.a. de ervaring dat onbevangenheid een constructieve rol kan zijn en veel meer is dan geen mening hebben. Het uitstellen van het moment waarop geoordeeld wordt en tot die tijd ook te onderzoeken wat iemand bedoelt en daaraan toe te voegen, maakt een bespreking veel productiever. Lotte, bedankt.

De middag begon met een spectaculaire, en zeker risicovolle manier om je te vermaken: Wingsuit Basejumping:

Gewoon leuk? Opwindend omdat er doodsgevaar bij is? Ergerlijk omdat ziektekostenpremies deels collectief zijn? Zeg het maar…

In de middag gaan we aan de slag met onze rol als kwaliteitskundigen in een snel veranderende wereld. “Kwaliteit” heeft een veel minder positieve klank dan vroeger. Het wordt geassocieerd met saai, grijs, duf, en dergelijke. Dat zou kunnen komen omdat de technieken imiddels de normaalste zaak van de wereld zijn, het vakgebied is ‘klaar’. Tegelijkertijd vraagt de wereld van ons allemaal een verdergaande inzet voor maatschappelijk verantwoord handelen in allerlei verschijningsvormen. Veel van de zaken die nodig zijn om dat handelen in te richten  zijn al gemeengoed voor kwaliteitskundigen. Wat gaan we daaraan doen? In groepen hebben we daarover nagedacht. Één van de dingen waar we actie op gaan ondernemen is om activiteiten op gebieden als MVO te ondersteunen. Op die gebieden is er volop visie en betrokkenheid, maar veel minder ervaring hoe je die realiseert. En dat is nu net waar kwaliteitskundigen heel veel ervaring mee hebben.

Kortom, actie!

<< wordt morgen vervolgd >>

Reclame maakt mensen ongelukkig

Gisteren in de Spits  (blz. 2) een recensie gelezen over de documentaire “The Sunny side of sex”. Wat bij mij binnenkwam was de opmerking over de impact van reclame. In Cuba is reclame wettelijk verboden. Maar Cubaanse vrouwen blijken een veel groter zelfvertrouwen te hebben dan vrouwen in het Westen. Cubaanse vrouwen zijn namelijk veel meer tevreden met hun lijf. Citaat uit het artikel: “Die Cubaanse vrouwen leggen een verband tussen de afwezigheid van de commercie en (dat) zelfvertrouwen”.

Eigenlijk is dat een schokkende boodschap. Het betekent dat de reclame het zelfvertrouwen van mensen ondermijnt. Om toch zelfvertrouwen te krijgen wordt het aangeboden product gekocht, dat is het doel van de reclame. Wie nog denkt dat reclame tot doel heeft om mensen gelukkiger te maken: ‘think again’. Zelfvertrouwen komt door tevredenheid over wie en wat je bent en is dus direct gekoppeld aan het geluk van mensen. We worden door reclame dus bewust ontevreden, ongelukkig gemaakt.

Als we dat omkeren is de conclusie: zonder reclame hebben mensen meer zelfvertrouwen en zijn gelukkiger. Kunnen we reclame daarom niet gewoon afschaffen? Dan kunnen al die reclamemensen in de zorg en het onderwijs gaan werken, waar er wel een positief verband is tussen het werk dat je doet en tevredenheid, geluk, dankbaarheid bij degenen voor wie je het doet.

Ben ik de enige die wel eens zo denkt?

Voor de duidelijkheid: ook de reclame-consument heeft natuurlijk een eigen verantwoordelijkheid.

Tevredenheid is een keuze

Een “boterham met tevredenheid”. Velen van de babyboomgeneratie of daarvoor zullen die term misschien herkennen. Het is een begrip voor mensen die weinig geld hebben en het zich niet kunnen veroorloven om voor beleg op alle boterhammen te zorgen. En dan eet je soms een sneetje zonder beleg: een “boterham met tevredenheid”.

Ik schrijf deze post naar aanleiding van een artikel in de zomereditie van Slow Management (nummer 17). De zomereditie? Ja, ik heb even moeten wachten tot het zomer was, maar nu, op 25 september 2011, is het dan zover. In de tuin zittend, het gezicht vol in de zon en met een mousserende rosé onder handbereik, heb ik het artikel gelezen over een interview met Micael Dahlén (Stockholm School of Economics). Deze sympathieke Deen vertelt over zijn boek, waarin hij een helder beeld schetst van de huidige (consumptie)maatschappij. Een aantal opmerkingen die uit zijn mond kunnen worden opgetekend:

  • de beurswaarde van een onderneming wordt meer bepaald door de reclame dan door de producten die de onderneming maakt
  • mensen kunnen niet langer dan 3 maanden tevreden zijn met wat ze hebben, dan moet er iets anders, iets beters komen
  • het geluk van mensen wordt meer bepaald door wat mensen verwachten te krijgen, dan door wat ze hebben
  • geluk is steeds makkelijker te krijgen, omdat we steeds meer kunnen krijgen, maar voor een steeds kortere tijd

Dahlén gebruikt hiervoor de aanduiding Nextopia, tevens de titel van het boek dat hij heeft geschreven. Ook onderhoudt hij een blog met deze titel. Zoals hij zelf zegt:

(zie ook een aantal andere video’s van Micael Dahlén)

Ik denk dat Dahlén het goed ziet: het verlangen naar het geluk van straks is de drijfveer om steeds meer te realiseren. Bedrijven zoeken naarstig om te kunnen voorzien in de behoeften van mensen die nog niet vervuld zijn, maar die wel binnen handbereik kunnen komen. Het is als de wortel die de ezel motiveert om de kar te trekken. Producten ontwikkelen waar mensen verlangen naar hebben of krijgen, dáár gaat het om als je een succesvol bedrijf wil zijn. Simpel gesteld: succesvolle bedrijven zorgen voor een goede economie. Die goede economie betekent dat we een goede baan kunnen hebben, waardoor we kunnen we kopen wat we zo graag wilden hebben. Daarmee is de cirkel rond, want dat verlangen willen realiseren was nu net de aanvangssituatie.

Wat zou er gebeuren als we tevreden zouden zijn met wat we hebben? En dan bedoel ik met wat we nu hebben. Tevredenheid verstoort de redenering achter de waarneming van Dahlén. Stort de economie dan in? Immers (weer simpel gesteld): als we tevreden zijn hoeven we niet zoveel nieuwe producten meer, dan gaat het dus slechter met de bedrijven en slechter met de economie. Dan verliezen mensen hun baan misschien wel en kunnen ze niet meer kopen wat ze zouden willen hebben.

Maar … het uitgangspunt was toch dat we tevreden zijn met wat we nu al hebben?

Dahlén verwoordt prima dat ontevredenheid een (de?) energiebron van onze economie is, de psychologische motor die alles aandrijft. En volgens mij zouden we dat niet moeten willen. Waarom kiezen voor het mogelijke geluk van morgen als we nu al kunnen kiezen om tevreden, gelukkig te zijn? Misschien is het tijd om vaker een “boterham met tevredenheid” te eten, in overdrachtelijke zin: vaker proberen tevreden te zijn met, te genieten van wat we nu hebben. Dan kiezen we ook voor het geluk van het nu. Te beginnen als een soort statement. Tevredenheid: omdat het kan.

Aad

Boek: WE-THINK — Charles Leadbeater

WE-THINK van Charles Leadbeater (ISBN 978 90 5261 734 3) betreft een beschouwing van de komst van het gemeenschappelijk denken en doen, vooral zoals dit mogelijk gemaakt wordt door de nieuwe technologie, zeg maar web 2.0.

Cover van het boekHet boek beoogt een onderbouwd en gebalanceerd beeld te geven van de mogelijke betekenis. Er is veel achtergrondinformatie verwerkt in het boek, inclusief voorbeelden van pogingen tot WE-THINK toen dergelijke woorden nog niet bestonden en de huidige technologie soms nog eeuwen in het verschiet lag. Het is wel leuk om te zien dat de basisprincipes al oud zijn: samen kun je meer dan alleen. Bekende voorbeelden van WE-THINK zijn bijvoorbeeld: Wikipedia, Sourceforge en Creative Commons.

Een leuke metafoor voor WE-THINK is het strand. Het strand is van niemand, maar iedereen mag er komen. Er is een vorm van collectieve besluitvorming over wie waar gaat zitten/liggen. Er zijn vaak een aantal algemene spelregels en er zijn mensen die – meer dan anderen – toezicht houden. En er zijn vervelende rotjochies die proberen de boel te stangen…

Leadbeater maakt ook een vertaling naar de onderneming. Wat betekent WE-THINK voor Innovatie, Consumenten, Werk, Leiderschap en Eigendom? Van “Kennis is macht” naar “Delen is kracht”. De impact die je op de maatschappij hebt wordt niet meer bepaald door wat je bezit, maar door wat je deelt: “Je bent wat je deelt”. De implicaties daarvan zijn groot.

Vervolgens de hamvraag: “Ten goed of ten kwade?”. Op drie belangrijke dimensies (democratie, gelijkheid en vrijheid) schetst Leadbeater belangrijke risico’s. Maar op alledrie deze dimensies komt hij tot de conclusies dat de wereld er beter van wordt. Misschien minder merkbaar in gebieden waar deze drie dimensies redelijk goed voor elkaar zijn, maar wel juist daar waar er nog veel te verbeteren valt. De huidige ‘Arabische lente’ is daarvan misschien wel een voorbeeld. Daar is de invloed van sociale media goed merkbaar.

Op de één of andere manier moet ik aan de Maslov piramide denken. In de zin van: moet er niet nog een niveau bij? Dat komt hiervandaan: In de prehistorie bestond de wereld voor een persoon uit zijn eigen familie of hoogstens een stam. De eerste twee niveaus van Maslov (fysiologische behoeften en veiligheid) waren dan wel zo’n beetje het maximaal haalbare. Later, in de tijd van agrarische ontwikkeling kwamen er dorpen en nog later steden met handel en culturele ontwikkeling. De sociale context werd daardoor een vanzelfsprekend verschijnsel, waarin we verwachtingen kregen over elkaars gedrag, Maslov’s niveau 3. In de groeiende democratische ontwikkelingen in de afgelopen eeuwen, zoals de komst van het stemrecht, zijn mensen ontegenzeggelijk méér gelijk geworden (met alles wat daaraan nog ontbreekt: “All animals are equal but some animals are more equal than others”). Hiermee krijgt gelijkheid en erkenning van waardigheid een algemene waarde, het is iets geworden waar je recht op hebt.

In de afgelopen decennia is er ook een algemeen gevoel gegroeid dat je er recht op hebt om jezelf te ontplooien. Soms wordt het als een plicht gezien: als je het niet doet, is het ‘je eigen schuld’. Deze uitspraak horen we wel eens uit de Verenigde Staten. In onze, meer Rijnlandse, omgeving vinden we dat we naast onze eigen ontplooiing ook nog wel iets te maken hebben met de ontplooiing van een ander. Het gevolg daarvan zijn bijvoorbeeld sociale voorzieningen voor mensen die zichzelf niet kunnen ontwikkelen en de redelijk algemene overtuiging dat we onze ontwikkeling niet ten koste van de ander (mens én milieu) willen laten gaan. Is dat omdat we het vierde niveau niet willen ontgroeien? Vinden we dat zelfontplooiing het risico van doorschietend individualisme heeft? Misschien hebben we zelfs wel een verschillend beeld bij het begrip zelfontplooiing? Of misschien komt het omdat Maslov een Amerikaan was en dus door de ideeën van de samenleving in zijn omgeving gevormd was?

Wat ook nog zou kunnen is dat we “zelfontplooiing als hoogste goed” ondertussen wel een beetje hebben gezien. De voorbeelden waar het toe kan leiden als mensen de eigen ontplooiing boven die van anderen stellen zijn immers alom aanwezig. Misschien zou je daarom ook wel kunnen stellen dat zelfontplooiing mooi is, maar dat het níet het hoogste goed is. Dat er misschien nog wel een niveau bovenop de piramide hoort dat de gemeenschappelijke ontplooiing benadrukt als een behoefte aan een betere wereld. Niet omdat dit voor de persoon of de groep wat oplevert, maar voor de mensheid als totaal. Het gaat verder dan de individuele behoefte aan erkenning en waardering, het gaat verder dan zelfontplooiing, het gaat om wereldontplooiing.

En dat is nu net waarom ik na het lezen van dit boek aan Maslov moest denken. De nieuwe media geven ons voor het eerst in het bestaan van de menselijke samenleving de mogelijkheid om eenvoudig en zonder noemenswaardige kosten wereldwijd te communiceren en samen te werken met échte resultaten. Het is opvallend dat mensen hun betekenisvolle bijdragen vaak geheel gratis leveren (er gaan zelfs ideeën rond dat we straks geen geld meer nodig hebben, dan verandert er pas wat in de wereld!). Alleen al het besef dat je ‘samen’ een verschil kan maken in de wereld, maakt dat mensen er graag zonder tegenprestatie aan meewerken. Dat betekent dus ook dat de mens hiermee in een concrete behoefte (van zichzelf, van de samenleving?) voorziet!

Dat WE-THINK deze gedachten bij mij wakker gemaakt heeft, betekent ook dat ik het met genoegen gelezen heb.

Wat vinden jullie ervan, een nieuwe verdieping óp de piramide van Maslov?

Aad van Dorp