Passie, wat voor beeld heb jij?

Op 23 januari gaat het beginnen: het Wintercamp van het NNK over het onderwerp passie. In een vorige post ben ik al eens op het begrip passie ingegaan. In de voorbereiding voor het Wintercamp heb ik eens gekeken naar wat er zoal aan beeldinformatie over passie te vinden is. Om erover te mijmeren. Een paar voorbeelden


Deze straalt wel veel uit! Een hartvormige sprong van twee mensen die er hopelijk geen rugpijn aan hebben overgehouden. Toont beweging, inzet, doel en resultaat. Dus een mooi voorbeeld! Compleet met mooie zonnige blauwe achtergrond en opwaaiend zand van de sprong. Het woord ‘passie’ is hier niet bij nodig.

Er zijn ook minder overtuigende beeldvormen te vinden, waar passie minder overtuigend is.

Of een opmerkelijk visualisatie van het ontstaan en resultaat van passie (klik voor groot).

En dat passie misschien wel een noodzakelijk maar niet voldoende is voor succes blijkt uit het volgende plaatje (klik voor groot):

Dat geeft dus ook nog wel denken. Maar dit plaatje bevat ook nog veel ‘kwaliteit’ want improve is toch  typisch voor kwaliteit? En de persoon die persist verbeeldt is toch gewoon bezig met de ISO 9001/Deming kwaliteitsborging waar hele generaties kwaliteitskundigen mee zijn opgegroeid? Of niet? Iets verder gezocht kom je ook de circle of influence van Stephen Covey tegen (focus) en het Rijnlandse dienende leiderschap (serve). Resteert push (burning platform?), ideas (- sociale – innovatie) en de common sense in de vorm van work (gewoon je stinkende best doen). Dus eigenlijk gaat dit hele plaatje over Kwaliteit. Inclusief passie.

Passie is ook mooi, vooral als de passiebloemt:

Bert Hellinger zei ooit “Wat vanuit het hart komt, kost geen moeite”. Dus we gaan voor:

Het Wintercamp is dan bij voorbaat geslaagd.

Tot zover beelden en bijbehorende associaties over het begrip passie. Als deel van mijn voorbereiding voor het Wintercamp, maar misschien raakt dit ook bij jou als lezer ook wel een snaar?

Ben je misschien geïnteresseerd in het NNK Wintercamp 2013? Lees meer informatie. Of de uitnodiging.

Advertenties

Kleurverandering, of niet (3)

< vervolg op deel 2 >

Toen de vraag gesteld was: “Waarom gebeuren er dingen die niemand wil?” komt voor mij de fase van kwalisoof: de realisatie dat het niet aankomt op alleen (rationele) kennis en logisch redeneren, maar ook op interactie (tussen mensen, groepen, organisaties). Dat is minder goed te te snappen, minder goed te ‘pakken’, maar omvat wel de verklaring (of in ieder geval méér verklaring) dan alleen de rationeel-technische benadering.

In deze periode begint het zoeken naar alternatieven voor de rationele benadering. Meer ruimte voor het groepsproces, samen nadenken, ruimte voor probleemonderzoek naast zoeken naar oplossing. Maar nog wel met de intentie om ‘in control’ te zijn, met inbegrip van die irrationele interacties tussen mensen. En dat houdt uiteindelijk ook op, want de vergissing begint eigenlijk al op het moment dat ‘in control zijn’ een doelstelling wordt van een rol die eigenlijk adviserend is.

De functiebenaming was eerder “kwaliteitsmanager’, zelfs een tijdje ‘corporate quality manager’. Maar hoe kun je nu in hemelsnaam iets ‘managen’ waarover je geen zeggenschap hebt? Er is geen discussie over wie verantwoordelijk is voor het goed afronden van projecten voor opdrachtgevers. Hoe kan dan iemand anders verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit daarvan? Dit zegt overigens ook wel iets over de inflatie in het begrip manager.

Sinds een paar jaar is de functiebenaming Adviseur Kwaliteit. Dan is in ieder geval duidelijk waar de verantwoordelijkheid ligt. Dat geeft ruimte, maar net zo goed commitment. De lijnmanager is geen deskundige op het gebied van de kwaliteitskunde. Maar hij weet alles van zijn afdeling, de klanten van zijn afdeling, zijn medewerkers. Er ligt dus een natuurlijk gebied voor samenwerking tussen lijnmanager en kwaliteitsadviseur. En daarbegint eigenlijk ook de omslag naar ‘kwalinar’. Een -soof probeert alles in zijn hoofd op een rijtje te hebben. Dat is belangrijk, want dat wordt van hem verwacht. De kwalinar kan afstand houden en toch betrokken zijn, dingen aan de orde stellen en toch niet met oneigenlijke verantwoordelijkheid worden opgescheept en tenslotte: dingen aan de orde stellen die verandering behoeven zonder dat die tot de vraag leiden waar hij zich mee bemoeit. Een kwalinar werkt aan de relatie omdat anders de inhoud geen onderwerp wordt.

Ik ben nog niet zover. Wel onderweg. En onderweg gebeurt er van alles: “Life happens while you’re making other plans”. Maar dat is misschien wel een inherent en natuurlijk onderdeel van een kwalinar.

My First Workshop

Ongeveer 12 jaar geleden was ik op het Jaarcongres van het INK, destijds nog in Den Haag. Bij de stand van Twijstra en Gudde was het mogelijk om een test te doen. Het was de kleurentest van Leon de Caluwé (en Hans Vermaak, denk ik). Dan kon ik erachter komen welke kleur ik ‘was’ of ‘had en dat was ‘handig om te weten’. Ik heb de test gedaan en het antwoord was: Knalblauw. Uiteraard, typisch een ingenieur.

Het grappige is dat ik er toen niet onverdeeld happy mee was, hoewel het kennelijk wel mijn overtuigingen weergaf. Ik was duidelijk blauw maar vond groen eigenlijk mooier. Nu, zoveel jaren later ben ik van kwali_neut, via kwali_soof tot kwali_nar geworden. Althans, dat hoop en bedoel ik. Ik moet eraan terugdenken omdat ik nu bezig ben met de ontwikkeling van mijn eerste ‘workshop’. De aanleiding hiervoor ligt een eerdere workshop die bij de KKNF is georganiseerd, over de “Toekomst van de kwaliteitsmanager”. Deze werd gegeven door Olaf van der Berg (Q-consult). Ook daar kwamen de kleuren (kort) aan de orde en ontstond een leuk gesprek, dat vanwege de tijd helaas niet kon worden afgerond. De suggestie werd toen gedaan om een workshop hierover te geven.

En die uitdaging heb ik nu aangenomen. De aanleiding is alweer bijna een jaar oud, maar nu ziet het ernaar uit dat het ervan gaat komen. Ik hoop vooral dat we op een luchtig manier kunnen praten over het structureren van gedachten over situaties en veranderingen daarin. Dat we met elkaar er ook lol over beleven. Het is voor iedereen herkenbaar. Mij zelf fascineert het feit dat je kunt kiezen hoe je kijkt. En dan je dan andere betekenissen onderkent. En je kunt niet (of met veel moeite) meer kleuren tegelijk bekijken. Door te filteren, minder te zien dan er is, kun je wat met de situatie. Ik hoop die fascinatie te kunnen overbrengen. Ik heb de workshop “Anders kijken” genoemd omdat de kracht voor mij vooral is gelegen in het feit dat je anders kijkt (dan je gewend bent) en daar meer van leert.

Aad

Tevredenheid is een keuze

Een “boterham met tevredenheid”. Velen van de babyboomgeneratie of daarvoor zullen die term misschien herkennen. Het is een begrip voor mensen die weinig geld hebben en het zich niet kunnen veroorloven om voor beleg op alle boterhammen te zorgen. En dan eet je soms een sneetje zonder beleg: een “boterham met tevredenheid”.

Ik schrijf deze post naar aanleiding van een artikel in de zomereditie van Slow Management (nummer 17). De zomereditie? Ja, ik heb even moeten wachten tot het zomer was, maar nu, op 25 september 2011, is het dan zover. In de tuin zittend, het gezicht vol in de zon en met een mousserende rosé onder handbereik, heb ik het artikel gelezen over een interview met Micael Dahlén (Stockholm School of Economics). Deze sympathieke Deen vertelt over zijn boek, waarin hij een helder beeld schetst van de huidige (consumptie)maatschappij. Een aantal opmerkingen die uit zijn mond kunnen worden opgetekend:

  • de beurswaarde van een onderneming wordt meer bepaald door de reclame dan door de producten die de onderneming maakt
  • mensen kunnen niet langer dan 3 maanden tevreden zijn met wat ze hebben, dan moet er iets anders, iets beters komen
  • het geluk van mensen wordt meer bepaald door wat mensen verwachten te krijgen, dan door wat ze hebben
  • geluk is steeds makkelijker te krijgen, omdat we steeds meer kunnen krijgen, maar voor een steeds kortere tijd

Dahlén gebruikt hiervoor de aanduiding Nextopia, tevens de titel van het boek dat hij heeft geschreven. Ook onderhoudt hij een blog met deze titel. Zoals hij zelf zegt:

(zie ook een aantal andere video’s van Micael Dahlén)

Ik denk dat Dahlén het goed ziet: het verlangen naar het geluk van straks is de drijfveer om steeds meer te realiseren. Bedrijven zoeken naarstig om te kunnen voorzien in de behoeften van mensen die nog niet vervuld zijn, maar die wel binnen handbereik kunnen komen. Het is als de wortel die de ezel motiveert om de kar te trekken. Producten ontwikkelen waar mensen verlangen naar hebben of krijgen, dáár gaat het om als je een succesvol bedrijf wil zijn. Simpel gesteld: succesvolle bedrijven zorgen voor een goede economie. Die goede economie betekent dat we een goede baan kunnen hebben, waardoor we kunnen we kopen wat we zo graag wilden hebben. Daarmee is de cirkel rond, want dat verlangen willen realiseren was nu net de aanvangssituatie.

Wat zou er gebeuren als we tevreden zouden zijn met wat we hebben? En dan bedoel ik met wat we nu hebben. Tevredenheid verstoort de redenering achter de waarneming van Dahlén. Stort de economie dan in? Immers (weer simpel gesteld): als we tevreden zijn hoeven we niet zoveel nieuwe producten meer, dan gaat het dus slechter met de bedrijven en slechter met de economie. Dan verliezen mensen hun baan misschien wel en kunnen ze niet meer kopen wat ze zouden willen hebben.

Maar … het uitgangspunt was toch dat we tevreden zijn met wat we nu al hebben?

Dahlén verwoordt prima dat ontevredenheid een (de?) energiebron van onze economie is, de psychologische motor die alles aandrijft. En volgens mij zouden we dat niet moeten willen. Waarom kiezen voor het mogelijke geluk van morgen als we nu al kunnen kiezen om tevreden, gelukkig te zijn? Misschien is het tijd om vaker een “boterham met tevredenheid” te eten, in overdrachtelijke zin: vaker proberen tevreden te zijn met, te genieten van wat we nu hebben. Dan kiezen we ook voor het geluk van het nu. Te beginnen als een soort statement. Tevredenheid: omdat het kan.

Aad

Kleurverandering, of niet? (1)

Léon de Caluwé en Hans Vermaak hebben (een aantal jaren geleden al) in hun boek “Leren Veranderen” een indeling gemaakt in vijf kleuren, om onderscheid te maken in een variëteit van aspecten (zoals gedrag, interventies, problemen, woordgebruik, ontwikkelingen) rondom (organisatie)verandering. De kleuren reflecteren verschillen in manieren om betekenis toe te kennen aan wat we doen en wat we waarnemen. De kleuren geven daarmee extra ‘taal’ om te communiceren over organisatie, management en verandering.

Nothing endures but change.
Heraclitus (540 BC – 480 BC), from Diogenes Laertius, Lives of Eminent Philosophers

Ik weet nog dat ik kennis maakte met de kleuren tijdens een INK-congres in Den Haag. Ik deed de kleurentest bij de stand van Twynstra en Gudde en ik bleek hartstikke blauw te zijn. Ik wist toen niet echt wat dat inhield, maar het fascineerde me wel. Ik vond  het eigenlijk ook niet zo leuk want ik wilde (natuurlijk) niet in een hokje passen, zeker niet in een hokje dat door iemand anders bedacht is. Als het me nu gevraagd wordt, moet ik bekennen dat ik toen in de stellige overtuiging verkeerde dat het mogelijk was op een ingenieursachtige manier een organisatie in te richten. Enigszins zoals bij systeemontwikkeling volgens het V-diagram: Je moest zorgen dat je goed wist wat je wilde bereiken (decompositie –> visie), goed de huidige situatie kennen (definitie –> beleid), en vervolgens elk element dat je wilde bereiken realiseren en tot één organisatie maken (implementatie –> planning) en vervolgens testen (verificatie –> control). Niet dus. Er zijn véél meer dimensies die belangrijk zijn.

Move out of your comfort zone. You can only grow if you are willing to feel awkward and uncomfortable when you try something new.
     Brian Tracy

Toch heeft dat ene moment me uit balans gebracht en heeft het iets bij mij in gang gezet, namelijk om steeds vaker de vraag te stellen of  ‘dit het nu is’. Meestal niet uit eigen beweging, maar door gebeurtenissen die de relatief stabiele situatie verstoorden. Dit blijkt kennelijk telkens weer nodig om een ontwikkeling door te kunnen maken. Ik vind het leuk om over die ontwikkelingen een aantal stukjes te schrijven en te reflecteren op hoe dit allemaal verlopen is. Misschien dat jullie hierin iets herkennen of dat het jullie op een andere manier helpt. Ik hoop ook dat er reacties komen waardoor het gesprek nog verder verdiept. Als het te ‘blauw’ wordt, hoor ik het ook graag, ik zet dat blauwe petje maar al te reflexmatig weer op en dat is nu net niet de bedoeling van de blog…