Statistiek!

Wel weer een leuke als het over statistiek gaat:

Statistiek

Op zich is de conclusie juist: 77% vindt dat hervormingen niet evenwichtig zijn. Maar: 29% wil méér, 48% wil minder. Op één lijn gezet: meer-evenwichtig-minder valt dan de 50% waarde evengoed in de categorie “Evenwichtig”. Wat is statistiek toch venijnig.

Advertenties

Kleurverandering, of niet (3)

< vervolg op deel 2 >

Toen de vraag gesteld was: “Waarom gebeuren er dingen die niemand wil?” komt voor mij de fase van kwalisoof: de realisatie dat het niet aankomt op alleen (rationele) kennis en logisch redeneren, maar ook op interactie (tussen mensen, groepen, organisaties). Dat is minder goed te te snappen, minder goed te ‘pakken’, maar omvat wel de verklaring (of in ieder geval méér verklaring) dan alleen de rationeel-technische benadering.

In deze periode begint het zoeken naar alternatieven voor de rationele benadering. Meer ruimte voor het groepsproces, samen nadenken, ruimte voor probleemonderzoek naast zoeken naar oplossing. Maar nog wel met de intentie om ‘in control’ te zijn, met inbegrip van die irrationele interacties tussen mensen. En dat houdt uiteindelijk ook op, want de vergissing begint eigenlijk al op het moment dat ‘in control zijn’ een doelstelling wordt van een rol die eigenlijk adviserend is.

De functiebenaming was eerder “kwaliteitsmanager’, zelfs een tijdje ‘corporate quality manager’. Maar hoe kun je nu in hemelsnaam iets ‘managen’ waarover je geen zeggenschap hebt? Er is geen discussie over wie verantwoordelijk is voor het goed afronden van projecten voor opdrachtgevers. Hoe kan dan iemand anders verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit daarvan? Dit zegt overigens ook wel iets over de inflatie in het begrip manager.

Sinds een paar jaar is de functiebenaming Adviseur Kwaliteit. Dan is in ieder geval duidelijk waar de verantwoordelijkheid ligt. Dat geeft ruimte, maar net zo goed commitment. De lijnmanager is geen deskundige op het gebied van de kwaliteitskunde. Maar hij weet alles van zijn afdeling, de klanten van zijn afdeling, zijn medewerkers. Er ligt dus een natuurlijk gebied voor samenwerking tussen lijnmanager en kwaliteitsadviseur. En daarbegint eigenlijk ook de omslag naar ‘kwalinar’. Een -soof probeert alles in zijn hoofd op een rijtje te hebben. Dat is belangrijk, want dat wordt van hem verwacht. De kwalinar kan afstand houden en toch betrokken zijn, dingen aan de orde stellen en toch niet met oneigenlijke verantwoordelijkheid worden opgescheept en tenslotte: dingen aan de orde stellen die verandering behoeven zonder dat die tot de vraag leiden waar hij zich mee bemoeit. Een kwalinar werkt aan de relatie omdat anders de inhoud geen onderwerp wordt.

Ik ben nog niet zover. Wel onderweg. En onderweg gebeurt er van alles: “Life happens while you’re making other plans”. Maar dat is misschien wel een inherent en natuurlijk onderdeel van een kwalinar.

Balanceren tussen orde en chaos – Transactiekostentheorie

Even één gedachte delen die ik afgelopen donderdag (19 april) opgedaan heb bij de netwerk ontmoeting “Balanceren tussen orde en chaos” van NVP, KKNF en BA&O. De spreker Ben Emans noemde iets dat op mij als kwaliteitskundige indruk maakte. Het is eigenlijk heel simpel. Althans, ik maak het heel simpel, om voor mezelf de kerngedachte onder woorden te brengen. Waarom hebben we organisaties? De reden is dat we transactiekosten willen minimaliseren. Zonder organisaties moeten we van alles doen om de transacties, het samenwerken, goed te laten verlopen. Als we een organisatie inrichten, zijn er binnen die organisatie minder kosten verbonden met de transacties (de relaties zijn immers geborgd in arbeidsovereenkomsten, processen, etc., maar ook in onderlinge afhankelijkheid en vertrouwen). Een zeer nuttige manier om het zo te zien, bedacht door Oliver E. Williamson, die er de Nobelprijs mee gewonnen heeft.

Waar gaat het dan mis in huidige organisaties? We importeren in organisaties allerlei mechanismen die de interne relaties moeten waarborgen, moeten garanderen dat alles alleen maar goed kan gaan. Steeds vaker lijkt op hoe het tussen organisaties gebeurt. Er worden dus in de organisatie weer meer transactieskosten gemaakt. In de vorm van jaarplannen, HRM cycli, kwaliteitssystemen, planning en control, enz. De interne kosten worden daardoor verhoogd en de efficiency van de organisatie verlaagd.

Het zou goed zijn (ik ben het in ieder geval van plan) om dit aspect eens goed te laten indalen. Hoe kan ik, in mijn rol, bijdragen aan verlaging van transactiekosten in mijn organisatie? De link met vertrouwen is heel sterk. Een organisatie waarbinnen medewerkers elkaar vertrouwen heeft minder noodzaak om alles te regelen en te beheersen en maakt dus minder kosten. Dat verklaart ook waarom bijvoorbeeld buurtzorg.nl goedkoper is dan een gefuseerde thuiszorgmoloch. Bij Amarantis kunnen ze er ook van meepraten. Hoe kan Vertrouwen weer de norm worden in organisaties?

(eerder gepubliceerd als KKNF blog)

Wintercamp NNK 2012 – een persoonlijke belevenis (proloog)

Morgen begint het Wintercamp 2012, georganiseerd door de DAQ, de Dutch Academy for Quality. Het thema is dit keer: “Risico’s nemen of mijden?” en ik ben – net als vorig jaar – van de partij. Ik zal vanaf vandaag t/m a.s. zaterdag proberen dagelijks een eigen reflectie te geven. Vooral voor mezelf, om me goed voor te bereiden en de ervaringen te internaliseren. Anderzijds zijn er vast ook geïnteresseerden in dit thema (of in het Wintercamp als zodanig) die het willen volgen. Die nodig ik ook van harte uit om te reageren.

Vorig jaar was het thema “Een nieuw houvast” (zie het verslag – blz 19 – in Synaps 30). Voor mij een start in het kiezen voor meer beweging. In dit vorige Wintercamp ontstond bij mij de naam kwalinar, als ‘doorontwikkeling’ na kwalineut en kwalisoof (zie uitleg). Hoewel beide laatste ‘rollen’ hun waarde uiteraard niet verloren hebben, is het zetten van vraagtekens bij vanzelfsprekendheden wel iets dat me enorm boeit.

Nu is het thema dus “Risico’s nemen of mijden?”. Een actueel thema, want iedereen heeft ermee te maken. Je kunt niet in de auto stappen om een reis te maken, zonder een risico te nemen. Je kunt wel in je bed blijven, maar te weinig bewegen is ook een risico. En als je gaat sporten, is dat ook weer een risico. Kortom, het nemen van risico’s is dagelijkse kost voor ons allemaal. De normaalste zaak van de wereld.

Maar waarom is een risico dan zo soms bijna een vies woord? Waarom voelen mensen zich bijna schuldig als ze een risico lopen? Waarom is er nota bene een norm voor risicomanagement? Risico’s zijn een onlosmakelijk, misschien wel centraal, onderdeel van het zakelijke leven, van ondernemerschap. Kijk, ondernemerschap, dát vinden we een positief woord! Is dat misschien omdat risico’s de kans vertegenwoordigen dat er  wat fout gaat en ondernemerschap de kans dat er wat goed gaat? Is ondernemerschap zonder risico eigenlijk nog wel aan te merken als ondernemerschap? Waarom is dan het een positief en het ander negatief gekleurd?

Vragen te over, dus. Daar zal niet altijd een antwoord op komen, maar dat hoeft ook niet. Ik hoop dat er meer begrip over ontstaat en een paar handvatten om er zinvol over van gedachten te wisselen in mijn eigen organisatie en bij te dragen aan kenniesvermeerdering hierover in bijeenkomsten van de KKNF.